Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer in de disclaimer. akkoord

 

Menu

volgende paginavorige paginaterug naar dashboardSchoolgids

 10/36 

3.2 Cijfers, rapporten en overgang

Rapportcijfers
Voor de berekening van de rapportcijfers gaan we uit van drie soorten cijfers.
Cijfers behaald voor een:

  • klein werk (SO), 1x tellend werk
  • middelgroot werk, proefwerken (PW), 2x tellend werk
  • groot werk (repetitie, TT), 3x tellend werk

Alle kleine werken gemiddeld tellen 1x, alle middelgrote werken gemiddeld tellen 2x en alle grote werken gemiddeld tellen 3x.

Bij het berekenen van de rapportcijfers ronden we de eerste twee rapporten af op één decimaal; een 5,49 wordt bijvoorbeeld een 5,4. Op het eindrapport ronden we de cijfers af op gehele waarden. Een 5,49 wordt dan een 5. Het rapportcijfer is het voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die behaald worden in het schooljaar.

PTO voor onderbouw en PTA voor bovenbouw
Alle overhoringen en het lesprogramma staan omschreven in het Programma Toetsing Onderbouw (PTO) voor de onderbouw of het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) voor de bovenbouw.

Voor het derde en vierde leerjaar geldt: het cijfer voor de SE’s telt mee als drie keer tellend cijfer voor het rapport. Het rapportcijfer telt mee als SE-cijfer cR (derde klas) en fR (vierde klas).

De leerlingen ontvangen het PTO of PTA uiterlijk 1 oktober en is deze te vinden op de website. Ook is informatie over het (eind)examen te vinden op de website www.examenblad.nl. Deze website geeft alle officiële informatie rondom het examen als het examenprogramma, het rooster, de regels en dergelijke.

Afspraken over overhoringen
De docent kondigt groot werk (repetitie, code TT) uiterlijk één week (vijf werkdagen) van tevoren aan en noteert dit in Magister. Ook klein en middelgroot werk wordt aangekondigd, uitgezonderd onverwachte overhoringen en open boektoetsen. Het maximum aantal overhoringen op een dag of in een week is af te lezen in de tabel hieronder.

LeerjaarMaximum aantal SO’s en proefwerken per lesdagMaximum aantal SO’s en proefwerken (PW) per weekMaximum aantal repetities (TT) per lesdagMaximum aantal repetities (TT) per week
13814
23814
33814
441025

Afspraken over gemist werk
Het inhalen van gemist werk kan alleen indien er een juiste verzuimmelding is gedaan (zie de bijlage het verzuimprotocol). Het inhaalwerk wordt altijd buiten de reguliere les gemaakt op een vast moment in de week op de maandag en de vrijdag. Voor het inhalen van gemist werk geldt een termijn van 10 werkdagen tellend vanaf de dag dat het werk gemist is. Is er een SE gemist dan dient de leerling een verzoek in bij de examencommissie via de examensecretaris. Voor het inhalen van werk is de leerling zelf verantwoordelijk. De regels over afwezigheid tijdens afname van toetsen zijn terug te vinden in de bijlage: het Verzuimprotocol.

Bespreking en inzage van het werk
Van elk cijfer dat de leerling voor een werk ontvangt, wordt met de leerling besproken hoe het cijfer tot stand is gekomen en hoe het cijfer voor het rapport meetelt. Er is recht op inzage van het gecorrigeerde en beoordeelde werk. De bespreking over het werk vindt op school plaats. Dit kan klassikaal of individueel zijn. De opgaven en uitwerkingen blijven in het bezit van de school. Toetsen zijn binnen vijf werkdagen nagekeken door de docent.

Rapporten
De leerlingen in het eerste, tweede of derde leerjaar ontvangen drie keer per jaar een rapport. In het vierde leerjaar ontvangen de leerlingen ook drie rapporten, alleen de momenten waarop deze worden uitgereikt zijn anders dan in de andere leerjaren. Het rapport wordt door de leerling samen met de ouders opgehaald bij de mentor tijdens de rapportuitreiking aan het einde van iedere periode. De ouders kunnen via Magister de behaalde resultaten, maar ook de presentie volgen. Het rapportgesprek is dus een soort van APK, hoe staat het ervoor, waar moet aan gewerkt worden en waar is de leerling heel goed in.

Magister
Magister is het leerlingvolgsysteem waarmee school, de leerling en ouders real-time kunnen zien hoe het gaat op school. Magister is te bereiken via vova.magister.net of via de app Magister 6. De inlogcode en uitleg wordt aan het begin van het schooljaar gegeven door de mentor tijdens de eerste ouderavond. Zowel de leerling als de ouder(s) krijgt een eigen inlogcode.

Codes op het rapport en in Magister
Op het rapport staan verschillende codes. Dit zijn afkortingen die we op school gebruiken. Omdat dit er veel zijn is hieronder een overzicht van de gebruikte codes te vinden.

CodeBetekenis
Afkortingen vakkenZie 3.1 in de lessentabel
R1, R2, R3Rapport 1, rapport 2 en rapport 3 op één decimaal afgekapt
EINDHet eindcijfer op het rapport in gehele waarden.
NEWScore voor Nederlands, Engels en Wiskunde. De kernvakken.
GEMHet gemiddelde van alle vakken tezamen, afgerond op één decimaal.
WWerkhouding, hoe goed werk je in de les, heb je het huiswerk af. Score is onvoldoende of voldoende
IInzicht, heb je inzicht voor het vak, ben je er goed in of moet je eraan werken? Score is onvoldoende of voldoende
VVoldoende
OOnvoldoende
SESchoolexamen
a1, b1, c1 enz.Code SE’s, de letter staat voor de periode, het cijfer voor het volgnummer van het werk. Een overzicht is te vinden in het PTA.
PTOProgramma Toetsing Onderbouw
PTAProgramma van Toetsing en Afsluiting
M1AM = Mavo, 1 = het leerjaar, A = de klascode
ECProfiel economie
TNProfiel techniek
Z&WProfiel zorg en welzijn
LAProfiel landbouw
SOSchriftelijk overhoring
MOMondelinge overhoring
PWProefwerk
TTTentamen = repetitie

Bevordering naar het volgende leerjaar
Om te bepalen of de leerling over is, geldt de volgende beslisregel:

  • Heeft de leerling voor alle vakken een voldoende, dan is de leerling bevorderd.

Indien hieraan niet wordt voldaan, dan gelden de volgende vier aanvullende regels:

  1. voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde heeft de leerling afgerond 18 punten of meer, waarvan maximaal één vak een vijf mag zijn;
  2. voor alle vakken tezamen heeft de leerling gemiddeld een 6,0. Daarnaast mag de leerling maximaal in totaal drie keer een vijf hebben, of één vijf gecombineerd met een vier;
  3. als de leerling in het tweede leerjaar zit, dan bezit de leerling minimaal een zes voor het gekozen profielvak (biologie of economie of natuur- en scheikunde);
  4. als de leerling in het derde leerjaar zit, dan mag de leerling voor de zeven gekozen examenvakken maximaal twee keer een vijf hebben (gecompenseerd door een zeven voor een gekozen examenvak), of maximaal één vier (gecompenseerd door een zeven voor een gekozen examenvak).

Indien aan de hierboven genoemde punten wordt voldaan, dan wordt de leerling bevorderd.

In alle andere gevallen valt de leerling in het bespreekgebied en beslist de docentenvergadering. In de beslissing wordt alle informatie over voortgang, prestaties, inzet et cetera meegewogen.

Het vak lichamelijke opvoeding, CKV en de activiteiten in het kader van Loopbaanoriëntatie en Begeleiding leveren geen compensatie op. Deze onderdelen moeten wel met een voldoende zijn afgerond. Indien dit niet het geval is, wordt dit besproken tijdens de overgangsvergadering.

Bevordering
Of je wordt bevorderd, beslissen de docenten die jou lesgeven; uiteraard staat jouw belang hierin centraal. Je hebt niet automatisch recht op doubleren (nogmaals overdoen van een klas/leerjaar). Soms verwijzen we je naar een ander niveau om de opleiding te vervolgen.